|
Minnelijke schikking (artikel 731 Ger.W.)
model
De oproep tot minnelijke schikking, ook wel oproeping in verzoening genoemd, heeft tot doel geschillen, waarvoor de vrederechter bevoegd is (bv. alle huurschulden, appartementsgeschillen, invorderingen tot 1.860 euro, burenruzies, enz.) definitief te beslechten buiten een eigenlijke gerechtelijke procedure om.
Bedoeling is dat partijen hun geschil onderling proberen op te lossen, teneinde de kosten en de ongemakken van een eigenlijke gerechtsprocedure te vermijden. De verzoeningsprocedure zelf is volkomen kosteloos (wie zich door een advocaat wil laten bijstaan of vertegenwoordigen, draagt hiervan zelf de kosten). Voor sommige zaken (pacht, recht van uitweg enz.) is de eisende partij wettelijk verplicht de zaak eerst in verzoening te laten oproepen, vooraleer hij een procedure voor de vrederechter kan inleiden. Voor de andere zaken is de oproeping in verzoening niet verplicht.
Er zijn drie manieren waarop partijen voor de vrederechter mogen verschijnen:
1) in persoon (vennootschappen in de persoon van hun zaakvoerder of afgevaardigd bestuurder) al -dan niet bijgestaan door een advocaat,
2) vertegenwoordigd door een advocaat, of ,
3) vertegenwoordigd door de echtgenoot of door een bloed- of aanverwant die bovendien in het bezit moet zijn van een schriftelijke volmacht van de partij zelf (een ongehuwd samenwonende kan dus niet als volmachtdrager optreden).
Zij brengen hun eventuele bewijsstukken mee naar de zitting. Indien partijen op de verzoeningszitting tot een overeenkomst komen, zal daarvan door de vrederechter onmiddellijk een proces-verbaal van minnelijke schikking opgesteld worden, dat door alle partijen ondertekend wordt. Dit proces-verbaal kan desnoods door een gerechtsdeurwaarder gedwongen uitgevoerd worden op kosten van de partij die het akkoord nadien toch niet vrijwillig zou uitvoeren. In die zin heeft het proces-verbaal van akkoord dezelfde waarde als een gewoon vonnis, en maakt het een gewone gerechtelijke procedure overbodig. Komen de partijen niet tot een akkoord, of komt één van de partijen eenvoudig niet opdagen op de zitting, dan wordt een proces-verbaal van niet-akkoord opgesteld door de vrederechter, en blijft het geschil onopgelost. In de verzoeningsprocedure kan de vrederechter immers enkel bemiddelend en verzoenend optreden, maar bezit hij geen rechtsprekende bevoegdheid. Dit wil zeggen dat hij, indien er geen akkoord wordt bereikt, geen vonnis kan uitspreken over het concrete geschil. Wil de eisende partij haar onopgeloste zaak verder zetten, dan dient zij vervolgens een gewone procedure "ten gronde" in te leiden, teneinde aan de vrederechter een veroordelend vonnis te vragen. De vrederechter kan of mag op de verzoeningszitting geen advies geven omtrent de verder te volgen procedure, de kansen op succes ingeval van procedure "ten gronde", enz. De rechter moet immers onpartijdig blijven.
De verzoeningszitting staat uitsluitend open voor partijen die een gerechtsprocedure willen vermijden en die daarom de oprechte intentie hebben hun geschil minnelijk op te lossen. Van de partijen wordt daarom verwacht dat zij zich op de zitting waardig gedragen en dat zij hun zaak op serene wijze verdedigen.
Er worden van de ondertekende processen-verbaal van akkoord of van niet-akkoord geen gratis afschriften afgeleverd. De partijen of hun advocaten kunnen er desgewenst op de griffie wel een afschrift of de uitgifte van bestellen tegen betaling van griffierechten.
|